Het Houdingssysteem - Joseph Quoidbach

I.                 Toepassingen op gebied van de spreek- en zangstem

II.               Neurofysiologie en rapporten

III.              Ontwikkeling van een « posturo-akoestisch » laboratorium (IMEP)
 

I.                 Toepassingen op gebied van de spreek- en zangstem

Zowel in hogere muziekconservatoria, in muziekscholen of in het privé-onderwijs worden docenten zeer vaak geconfronteerd met leerlingen die er klaarblijkelijk niet in slagen hun lichaam te beheersen en bijgevolg onvoldoende resultaten boeken of zelfs stoornissen ontwikkelen in hun stemapparaat.

Recent onderzoek, waar we later op terug zullen komen, heeft een correlatie aangetoond tussen de houding van het lichaam en de kwaliteit van het geproduceerde geluid. Hoewel dat reeds langer algemeen aanvaard wordt, is het nu ook wetenschappelijk bewezen.

Wanneer dus een hele reeks traumatische pathologieën is uitgesloten, staat men nog voor functionele pathologieën, die ook de goede werking van de stem verhinderen.

Om vergissingen te vermijden en tijd te winnen in het correcte leerproces van de zang- of spreekkunst, lijkt het daarom, in het licht van de huidige wetenschap, voor een stemkunstenaar zinvol om de houding volledig in kaart te brengen, en indien nodig een geschikte therapie te overwegen.

Om die reden telt de vereniging Evta-Be onder haar leden naast zangleraars ook artsen en andere professionals in de gezondheidsleer, met een specifieke kennis rond de problematiek van de stem.
 

II.               Neurofysiologie en rapporten

De houding (1) van de mens maakt deel uit van een geheel: zij is geïntegreerd in een complexe structuur, die verder de sensoriële verankering (2) enerzijds en de beweging (3) anderzijds bevat. De drie elementen beantwoorden aan de systeemtheorie van Henri Laborit.

Ze zijn bovendien onderling van elkaar afhankelijk.

De sensoriële verankering (2) fungeert als een « bouillon » voor alle chemische substanties waaruit het lichaam is samengesteld. De uitwisseling van die stoffen worden beheerst door een ingewikkeld systeem, PNEI genaamd (psycho-neuro-endocrino-immunologie). Wanneer de sensoriële verankering wordt geactiveerd kan het lichaam bijvoorbeeld rechtstaan en een houding (1) aannemen. Vanuit een houding kan het zich vervolgens in beweging (3) zetten.

Het houdingssysteem op zich is zeer complex en tegelijk zeer gestructureerd. Vereenvoudigd kan men stellen dat er een mechanisme bestaat dat het lichaam in evenwicht houdt. Wanneer het lichaam dat evenwicht verlaat, ontvangt een waarnemingssysteem, te vergelijken met de ingang van het systeem en voorzien van talloze ontvangers, signalen, die naar een integratief systeem worden gestuurd. Dat integratief systeem bestaat uit een commando-niveau (cortex en subcortex) en een comparator (cerebellum). Het integratief systeem zendt vervolgens informatie naar een stabilisatiesysteem, die men kan omschrijven als de uitgang van het houdingssysteem (spier- en beenderapparaat).

Een zeer volledig rapport laat toe om vast te stellen of het systeem perfect is afgestemd. Een dergelijk rapport zal uiteraard stoornissen aan het licht brengen wanneer er klachten zijn vanwege de muzikant. Het zal aantonen of de klacht te wijten is aan :

-        Een stoornis in de waarneming;

-        Een stoornis in de integratie;

-        Een stoornis in de stabilisatie.

Het is nu duidelijk dat wanneer we te maken krijgen met een muzikant die een houdingsprobleem vertoont, met stemalteratie alsook neurologische, spier- of skeletgerelateerde klachten tot gevolg, het therapeutische antwoord zal moeten gegeven worden in functie van de graad van destabilisatie van het houdingssysteem. Te veel technieken werken in feite enkel op de uitgang van het systeem, en dat is maar een gedeeltelijk en dus ongeschikt antwoord.

Bovendien hebben recente ontdekkingen ook het belang aangetoond van mechanismen die ontwikkeld worden tijdens de eerste levensmaanden van een foetus: dit zijn de oerreflexen. Ze zullen systematisch getest moeten worden, en in geval van eventuele storingen zullen de reflexen met aangepaste strategieën terug in het lichaamsschema van de muzikant moeten worden geïntegreerd.

Leren zingen is inderdaad geen gemakkelijke zaak; net als sportbewegingen leren uitvoeren. Het is des te moeilijker omdat, op dezelfde wijze bij de muzikant en de sportman of –vrouw, de waarneming van de reële houding van het lichaam niet noodzakelijk overeenkomt met de houding die men denkt aan te nemen. Er is zeer vaak een distorsie tussen de reële en de veronderstelde houding. Onze interne ontvangers zijn niet dermate betrouwbaar dat de fysieke en de subjectieve verticaal zouden samenvallen.

Tegenover dit vaak terugkerend probleem was het noodzakelijk om een betrouwbare oplossing te vinden, die objectivering en registratie van de houdingsparameters mogelijk zou maken.

Twee jaar geleden zag het « posturo-akoestisch » laboratorium het licht binnen het IMEP (Institut Supérieur de Musique et de Pédagogie) te Namen. Hieronder schets ik de redenering die heeft geleid tot de stichting en uitbouw van een primitief laboratorium, en vervolgens een performanter labo dat gebruik maakt van de revolutionaire technologie van de 3D camera.
 

III.              Ontwikkeling van een « posturo-akoestisch » laboratorium (IMEP)

1. Waarom een “posturo-akoestisch” laboratorium uitbouwen? Wat is daar het nut van?

Allereerst is er een pedagogisch belang, want het labo is een innovatieve tool waarmee studenten op een snelle en duurzame manier informatie kunnen opnemen.

Daarnaast is er belangstelling vanuit profylactisch oogpunt. Er worden veel stoornissen van het spier- en beenderapparaat bij muzikanten waargenomen: met de toestellen van het labo zullen we in de toekomst proactief te werk kunnen gaan, en het ontstaan van zeer hinderende stoornissen kunnen vermijden. Met name bij zangers zijn problemen met de stemplooien legio.

Verder is de automatisatie van het leerproces een interessant aspect. Wanneer basisaanwijzingen zijn gegeven en geassimileerd, kan de zanger zeer snel autonoom zijn met de infrastructuur van het labo.

Het labo zal tot slot ook de opvolging van de evolutie op lange termijn toelaten van studenten van conservatoria en muziekhogescholen.
 

2. Wat is het doelpubliek van het laboratorium ?

- Instrumentisten met inbegrip van zangers, woordkunstenaars, hetzij amateurs, hetzij academie- of conservatoriumstudenten, hetzij professionelen.

- Databanken
 

3. Historisch overzicht

  • Binnen het IMEP werden zes jaar geleden pogingen tot onderzoek ondernomen, doch met weinig resultaat, want de technologie was nog niet op het niveau van onze verwachtingen.
  •  In het kader van een thesis in de kinesitherapie (Luik, 2010) werd aangetoond dat er een correlatie was tussen de houding van het lichaam en de kwaliteit van het uitgebrachte geluid, door metingen met software die wel aan onze verwachtingen beantwoordde.
  • Sinds september 2010 werkt het IMEP met datzelfde materiaal. We zijn onderzoeken begonnen met alle muziekstudenten van het instituut.
  •  Dit experimentele laboratorium werd voorgesteld aan de Santa Clara University van San Francisco tijdens een geneeskundig congres over de stem, en aan de universiteit van Firenze in het kader van een congres over bio-engineering in 2011.
  • Vervolgens is een project uitgestippeld om het labo uit te breiden, in samenwerking met professor Damien Ernst (departement toegepaste wetenschappen van de universiteit van Luik) en een van zijn studenten, en met drie studenten informatica (INPRESS, hogeschool van Luik).
     

4. Samenwerking tussen drie instituten

Momenteel wordt gewerkt aan een samenwerkingsproject tussen drie partnerinstellingen, zijnde:

-        Universiteit van Luik

-        Universiteit van Namen